De eeuwige strijd (Spassky's - Hardenberg)

De eeuwige strijd (Spassky's - Hardenberg)

Laat ik weer eens een verslagje schrijven. Sinds de eerste ronde heb ik dat niet meer gedaan en die eerste ronde telde uiteindelijk niet eens mee omdat de tegenstander zich later terugtrok uit de competitie. De tegenstander van de tweede ronde kwam niet opdagen en ook die trok zich daarna definitief terug, de derde ronde kregen wij vanwege het net die dag ingestelde coronatoegangsbewijs geen team bij elkaar, de vierde ronde mocht ieder team naar believen niet op komen dagen en de vijfde ronde werd er in zijn geheel uitgegooid. Zo speelden we in ronde zes de eerste wedstrijd die mee zou tellen. Bijzonder en met als gevolg dat we nu een stevig inhaalprogramma moeten afwerken.

In dat inhaalprogramma moesten we tegen de Spassky’s. Een team geheel gevuld met zeer vriendelijke mensen en inmiddels verhuisd van het denksportcentrum naar een passender locatie, een vredige kerk. Niet alleen spelen ze in een kerk, ze hebben ook meerdere mensen met een theologische achtergrond in de gelederen. Eigenlijk sta je als tegenstander dan bij aanvang al 3 punten achter. Het behoeft dus geen verbazing te wekken dat de Spassky’s in onze klasse fier bovenaan staan. Wat konden wij daar tegenover stellen? Ik wist niks beters te bedenken dan wat er bij mij op zolder staat, een aardige collectie van lp’s en cd’s waar alle denkbare demonen uit een indrukwekkend aantal verschillende onderwerelden op luidruchtige wijze worden bezongen. Als ik dat nou weer eens uit de kast trek, zou dat helpen?

Als extra hulpje had ik nog een t-shirt aangedaan van Opeth met daarop de tekst “In cauda venenum”, wat zoveel betekent als het venijn zit in de staart. Tenslotte zaten Caroline en ik aan de laatste twee borden. Freek aan bord 6 reken ik gemakshalve ook tot de staart. Zowel Caroline als Freek kregen te maken met zeer degelijk spelende tegenstanders en beide partijen werden snel remise. Een beetje venijn bij mij dan nog? Het werd een Sveshnikov. De eerste obligate zetten werden  nog snel op het bord gezet, maar al snel bleek de theoretische kennis van beide spelers ernstig tekort te schieten (dank aan Michael voor de nodige bijlessen na afloop) en werd het tempo angstaanjagend traag. Wat er allemaal gebeurde op het bord, we hadden eigenlijk geen idee. Na 24 zetten, met allebei minder dan 10 minuten op de klok, bood mijn tegenstander opeens remise aan. De laatste tijd is mijn vorm dusdanig dat ik al blij ben als al mijn zetten volgens de regels blijken te zijn. Ik ging eens om mij heen kijken. De partij van Arie was ook al snel in remise geëindigd. Tja, als je in een kerk gaat spelen en je zet ook nog een foto van Spassky neer, dan kan je verwachten dat de Pax Ecclesia Spasskyensis snel uitbreekt en de remises als rijpe appelen van de boom vallen. Ik meende dat er 1 partij slecht stond voor ons, 2 goed en nog eentje redelijk gelijk. Mijn halfje zou net wel eens beslissend kunnen zijn, dus het leek me dat mijn remise er ook nog wel bij kon en ik nam het aanbod aan. Thuis bleek de computer mijn stelling met ruim +6 te waarderen, maar daar had ik op dat moment geen idee van. Zodoende bleek dat staartgif dus eigenlijk maar een slap mengseltje te zijn. Eigenlijk net als de muziek van Opeth zelf, als je hun vroegere werk vergelijkt met hun huidige brouwsels. Maar dankzij het shirt kwam ik er wel achter dat de predikant van de kerk, die nu even dienst deed als barman, het nodige van de hardere muzieksoorten bleek te weten. Kijk, dat zijn nu leuke dingen!

Uiteindelijk bleken al mijn prognoses uit te komen. Blijkbaar ben ik beter in het beoordelen van andermans stellingen dan wat ik zelf op het bord heb staan. De uitslag derhalve


EB   -       3½ - 4½

Richard