Achtbaan

#

Maandagavond 9 maart speelde het 8-tal een externe wedstrijd in en tegen Holten. Gelukkig was iedereen op tijd aanwezig, aangezien Bernard uit Apeldoorn moest komen en Edgar vanuit Ommen. Nadat de opstellingen uitgewisseld waren, leek dat Holten voor een tactische opstelling had gekozen.

Bob Bishoen (1983) speelde op bord 7. Achteraf bleek dit niet zo te zijn, want in eerste instantie kon hij niet meespelen.  Bob bleek net een maatje te groot voor Jasper. Heel langzaam werd Jasper van het bord gedrukt. 1-0

Gerwin speelde tegen Henk van Beek (1550). Hij won in het middenspel een pion, maar kon hier niet optimaal gebruik van maken in het eindspel. Het paard van Henk voorkwam dat de koning binnen kwam lopen. 1½-½

Edgar kreeg  een meesterlijk aanval van Bas van Beek (1780) over zich heen. Welke zet Bas ook speelde, elke zet leek goed te zijn. Het was nog wel even uitkijken voor Bas, want Edgar had ook een kleine matdreiging. 2½-½

Marten en Jan Scheperman (1737) gingen lange tijd gelijk op. Jan bood Marten remise aan, maar Marten bleef door spelen omdat hij dacht over winstkansen te beschikken. Gaandeweg kwam Jan beter te staan. Een klein moment van oplettendheid deed Jan de das om. Marten kon mat in 1 zetten, en laat Jan dit net over het hoofd zien. 2½-1½

Dinand met een D speelde tegen Dinant van Beek (1660) met een T. Dinand kwam een stuk  tegen 2 pionnen achter te staan. Jammer genoeg was dit stuk een paard. Dit paard snoepte bijna alle pionnen van Dinand op. Gelukkig voor Hardenberg speelde Dinant het eindspel niet correct uit en gaf plotseling op. Gezien het verloop van de partij een gratis punt. 2½-2½

Bernard mocht met de zwarte stuken tegen Teun Scheurwater (1677). Wie Bernard een beetje kent weet het eindresultaat wel. Inderdaad; remise. 3-3

20200309_222817.jpg

Arie mocht spelen tegen Gerrit Luggenhorst (1771). Deze partij ging lange tijd gelijk opgaand. Ze speelden allebei hun zetjes tot het eind van de partij aanbrak. Arie speelde een paardzet terwijl zijn toren nog stond aangevallen. Gerrit gaf echter schaak met zijn eigen toren. Arie gaf tot ieders verbazing op, niemand had gezien (incl. Gerrit) dat zijn toren nog “in” stond. 4-3

Alles kwam aan op de laatste partij. Rutger tegen Ton van Oijen (1824). Hierbij heb ik eigenlijk alleen het eind gezien. Dit was gelijk ook het mooiste gedeelte voor Hardenbergs kant. Rutger ging ondanks dat hij minder stond in de aanval. Ton verdedigde echter niet goed, waardoor Rutger een paard-vork kon geven op Koning en Dame. 4-4